Algemene informatie
ql_contact 

Afspraak maken

053 76 67 30 (Aalst)

054 43 21 72 (G'bergen)

09 368 84 93 (Wetteren)

 ql_raadpleging

Raadplegingsuren

Cardiologie - Hartziekten

 wegwijs

Polikliniek Aalst

Zone L - verdieping 0

Polikliniek G'bergen

Zone Ba - verdieping +1

Polikliniek Wetteren

Zone E - verdieping 0

Behandelingen

terug naar boven Ablatie

Met een ablatie kunnen hartritmestoornissen behandeld worden. Een ablatie wordt vaak uitgevoerd aansluitend aan een elektrofysiologisch onderzoek (zie hierboven). Elektrisch weefsel in het hart wordt weggebrand met behulp van een speciale katheter (een ablatiekatheter). Eens deze katheter zich op de juiste plaats bevindt, wordt de tip ervan opgewarmd met elektrische stroom. Er ontstaat hierdoor een litteken van enkele millimeters doorsnede en diepte (een ablatiepunt). Soms wordt voor de behandeling van een hartritmestoornis slechts één ablatiepunt geplaatst, soms worden er verschillende geplaatst. Een vaak uitgevoerde ablatie is er een voor voorkamerfibrillatie (een ‘longvenenisolatie’).

 

 

 

terug naar boven Atriaal septumdefect (ASD) sluiting

Een gaatje in het tussenschot tussen de 2 voorkamers is één van de meest frequente aangeboren hartafwijkingen. Hierdoor ontstaat er een abnormale bloeddoorstroming of shunt tussen de beide voorkamers. Op termijn geeft dit overbelasting van het rechterhart alsook overdruk in de longen. Een ASD wordt daarom steeds best gesloten. Dit kan op een heelkundige manier of ook percutaan met een parapluutje. Dit is een vrij eenvoudige techniek met minimale nazorg.

 

terug naar boven Ballondiltatie van de nierslagader

Patiënten met ernstige arteriële hypertensie of acute nierinsufficiëntie berustend op vernauwingen van de nierslagaders kunnen in aanmerking komen voor ballondilatatie, al dan niet met stentplaatsing. Hierbij wordt de bevloeiing van de nier hersteld. In goed geselecteerde gevallen kan de bloeddruk dalen en kan de nierfunctie recupereren. Selectie van de patiënten is hierbij primordiaal. Dit gebeurt steeds in nauwkeuring overleg met de dienst nierziekten.

 

terug naar boven Ballondilatatie

Een eenvoudig en weinig verkalkt letsel op de coronaire bloedvaten kan opengemaakt worden met een klein ballonnetje. In de meeste gevallen wordt echter een stent geplaatst. Soms is het plaatsen van een stent niet nodig of  niet mogelijk en is het openmaken van het vernauwde bloedvat met een ballon reeds voldoende.

 

terug naar boven Biventrikulaire pacemaker

Biventrikulaire pacemakers (‘cardiale resynchronisatietherapie’ of afgekort ‘CRT’) zijn speciale pacemakers met een elektrode ter hoogte van elk van beide hartkamers. Deze pacemakers zijn in staat de pompwerking van het hart te verbeteren (ter behandeling van ‘hartfalen’).

 

terug naar boven Electrische cardioversie

 

Een electrische cardioversie wordt uitgevoerd bij patiënten met een abnormaal hartritme (meestal voorkamerfibrillatie of voorkamerflutter). Tijdens de procedure wordt - onder een lichte algemene verdoving - een electrische shock op de borstkas gegeven. Deze shock stopt het abnormale hartritme en laat toe dat het normale hartritme terug overneemt. Voor een electrische cardioversie wordt een dagopname voorzien.

 

terug naar boven Hartdefibrillator

Een inwendige hartdefibrillator (ICD, implanteerbare cardioverter-defibrillator) is een apparaat dat bij patiënten met een sterk verhoogd risico op fatale hartritmestoornissen kan geïmplanteerd worden. Wanneer door het toestel een gevaarlijke ritmestoornis (bv. ventrikelfibrillatie) vastgesteld wordt, kan het deze ritmestoornis stoppen door inwendig een elektrische schok af te leveren. Hiermee kan het hart opnieuw in een normaal ritme gebracht worden.

 

terug naar boven Pacemaker

Een pacemaker wordt aangeraden wanneer iemand symptomen ervaart die te wijten zijn aan een te trage hartslag. Tijdens een te traag hartritme trekken de kamers van het hart niet vaak genoeg samen om de juiste hoeveelheid bloed aan het lichaam te leveren. Als gevolg hiervan kunnen klachten ontstaan van vermoeidheid, loomheid of duizeligheid. Of  er treden momenten op van bewustzijnsverlies.

 

Een pacemaker bestaat uit een generator en stimulatiedraden. De generator (‘de batterij’) is een dun metalen doosje dat gewoonlijk geïmplanteerd wordt net onder de huid, ter hoogte van het linker- of rechtersleutelbeen. De stimulatiedraden (‘leads’) zijn dunne draden die in het hart geïmplanteerd worden en aangesloten worden op de generator. Ze geleiden de elektrische impulsen van de generator naar het hart en brengen informatie van het hart terug naar de generator.

 

Een pacemaker bewaakt voortdurend uw hartritme en dient elektrische impulsen toe om het hart te stimuleren tijdens een te langzaam ritme.

 

terug naar boven Patent foramen ovale (PFO) sluiting

Jonge patiënten met een trombose van de hersenen bij wie er geen duidelijke oorzaak kan gevonden worden en bij wie een klein gaatje aanwezig is tussen beide voorkamers (patent foramen ovale of PFO) kunnen in aanmerking komen voor het sluiten van dit PFO. Dit kan op een zeer eenvoudige manier gebeuren via percutane weg. Via een prikje in de lies wordt een klein parapluutje geplaatst in deze opening. Dit gebeurt steeds na nauwkeurig overleg met de diensten neurologie, cardiologie en cardiochirurgie, alsook na uitsluiting van frequente oorzaken van hersentrombosen.

 

terug naar boven Percutane coronaire interventies (PCI)

Vernauwingen van de coronaire bloedvaten kunnen behandeld worden met katheters, ballonnetjes en stents. De verzamelterm voor deze interventies wordt 'percutane coronaire interventie of PCI' genoemd. Dit gebeurt meestal via de pols of de lies. Na het aanprikken van de desbetreffende arterie wordt een fijne katheter gebracht tot aan het hart. Via deze katheter wordt dan een zeer fijne draad doorheen het letsel of vernauwing gebracht waarover dan een ballonnetje of stent kan worden geplaatst om het bloedvat volledig open te maken. De prikplaats wordt gesloten, hetzij met een propje of met een drukverband. Nadien moeten gedurende enkele maanden extra bloedverdunners genomen worden om het bloedvat mooi open te houden.

 

 

terug naar boven Percutane transluminele aortaklepvalvuloplastie (PTAV)

Ernstige aortaklepstenose wordt meestal behandeld door aortaklepvervanging, hetzij chirurgisch hetzij via percutane weg (TAVI) . In sommige gevallen wordt alleen een ballondilatatie verricht van de aortaklep om het hart te ontlasten. Meestal is dit om het hart te laten recupereren met zicht op latere klepvervanging of om bijvoorbeeld andere dringende heelkundige ingreep te kunnen ondergaan. Het nadeel van deze techniek is dat de aortaklepstenose meestal terugkomt na een periode van 6 tot 12 maanden. In dat geval moet de klep definitief vervangen worden.

 

terug naar boven Percutane transveneuze mitraalisklep ballonvalvuloplastie (PTMV)

Vernauwingen van de mitraalisklep, meestal in het kader van reumatisch kleplijden, worden opengemaakt met een ballon via de lies in geselecteerde gevallen. Via een katheter welke doorheen het tussenschot tussen beide voorkamers gaat wordt een ballonnetje geplaatst doorheen de mitraalisklep en wordt deze opengemaakt. Als de klep goed functioneert kan op deze eenvoudige manier een klepvervanging worden vermeden. Er is dan ook geen anticoagulatie nodig nadien.

 

terug naar boven Renale denervatie

Patiënten met onbehandelbare ernstige arteriële hypertensie kunnen in aanmerking komen voor renale denervatie. Dit is een relatief nieuwe techniek waarbij de bezenuwing van de nier wordt onderbroken. Hoewel initiële studies zeer hoopgevend waren, blijkt uit de laatste studies dat er nog wat onzekerheid is over de techniek. Desalniettemin kan deze overwogen worden bij persisterende ernstige hoge bloeddruk welke maximaal behandeld wordt. Renale denervatie gebeurt echter best in studieverband zodat de techniek nog verder gevalideerd kan worden.

 

terug naar boven Sluiten van een paravalvulair lek

In zeldzame gevallen ontstaat er een klein lekje langs een kunstklep. Dit kan zorgen voor hartfalen of kortademigheid of soms ook wel bloedafbraak of hemolyse. In deze gevallen is er indicatie om het paravalvulair lek te sluiten. Dit kan in eerste instantie geprobeerd worden via katheters. Hierbij worden kleine parapluutjes geplaatst ter hoogte van de opening om deze te sluiten.

 

terug naar boven Sluiten van het linker hartoortje

Patiënten met voorkamerfibrillatie en een hoog risico voor trombose en bij wie orale anticoagulatie niet mogelijk is omwille van voorgaande bloedingen of om andere redenen, kunnen tegenwoordig in aanmerking komen voor deze nieuwe techniek. Hierbij wordt er een kleine plug geplaatst in het linkerhartoortje via punctie in de lies. Nadien zijn slechts tijdelijke bloedverdunners nodig voor een korte periode. Recente studies hebben aangetoond dat de techniek even veilig is als orale anticoagulatie.

 

terug naar boven Stenting

Bij de meeste coronaire interventies wordt er heden ten dage een stent achtergelaten. Dit is een fijn metalen buisje dat gekrimpt is op een zeer kleine ballon. Bij het opblazen van de ballon wordt de stent ontplooid in de wand van de arterie en in de arterie achtergelaten. De stent houdt dan de arterie mooi open zodat de bloeddoorstroming terug genormaliseerd is. Van belang hierbij is dat de patiënt steeds bloedverdunners moet nemen: afhankelijk van het type stent kan dit schommelen van 1 tot 12 maanden. In zeldzame omstandigheden kan de stent terug vernauwen zodat een nieuwe stent nodig is. Er wordt dan een stent geplaatst met medicatie ter voorkoming van stentingroei (drug eluting stent of DES). Nadien is de inname van bloedverdunners gedurende 1 jaar steeds noodzakelijk.

 

terug naar boven Transluminele aortaklepimplantatie (TAVI)

Sinds een tiental jaar kan de aortaklep nu ook vervangen worden via katheters waarbij het hart niet meer moet worden opengemaakt. Deze nieuwe techniek werd oorspronkelijk enkel voorbehouden voor patiënten die niet meer geopereerd konden worden, maar gezien de zeer goede resultaten worden ook hoogrisicopatiënten behandeld met deze techniek. Via een prikje in de lies wordt een katheter geplaatst tot voorbij de aortaklep. Via deze toegang wordt dan een nieuwe klep geplaatst ter hoogte van de aortaklep. Nadien wordt de prikplaats gesloten met een kleine hechting. Tegenwoordig kan deze techniek meestal gebeuren onder lichte sedatie en niet meer onder algemene anesthesie. Dit verkort de ziekenhuisopname en versnelt de mobilisatie. De nazorg zijn dezelfde als bij een heelkundige klepvervanging. In het ASZ worden jaarlijks een 25 à 30 kleppen vervangen. Ook gebruiken wij de meest recente en nieuwe kleppen zoals Direct Flow Medical (DFM) en Evolut R (Medtronic). Het ASZ is ook één van de weinige erkende terugbetaalde TAVI-centra in België.

 

 

Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail