Indicatoren borstkanker

Indicator 1: bepalen van het soort borstkanker

 

99,7 %: het ASZ scoort hiermee zeer goed

 

Voor een correcte behandeling is het belangrijk om het type borstkanker te kennen. Bij alle patiënten (99,7 %) van het ASZ met borstkanker wordt het type borstkanker bepaald voor de start van de chemotherapie en/of hormoontherapie en/ of immunotherapie. Het ASZ bereikt met glans de door Vlaanderen vooropgestelde streefwaarde (90-100 %).

 

Indicator 2: weefseldiagnose 

 

99.1 %: het ASZ scoort hier zeer goed

 

Bij 99.1 % van de patiënten met borstkanker is voor de operatie duidelijkheid omtrent het type borstkanker en de uitgebreidheid van de tumor. Het bepalen van de juiste diagnose zorgt er voor dat een gerichte therapie of behandeling kan opgestart worden, wat de correctheid van de behandeling en dus ook de overlevingskansen ten goede komt. Het ASZ scoort met dit resultaat boven de Vlaamse mediaan en haalt de vooropgestelde Vlaamse streefwaarde (80-100 %).

 

Indicator 3: mammografie, echo of NMR binnen de 3 maanden

 

100 %: het ASZ behaalt hier een uitstekende score

 

Medische beeldvorming is belangrijk om de uitgebreidheid en de kenmerken van de tumor te bepalen. Op die manier kan een correcte operatieve behandeling gebeuren. 

Alle patiënten (100 %) die zich aanbieden in het ASZ met borstkanker in een vroeg stadium,  krijgen een NMR, een mammografie of een borstechografie binnen de 3 maanden voor de borstoperatie. De Vlaamse streefwaarde is daarmee behaald (90-100 %).

 

Indicator 4: multidisciplinair overleg over de patiënt

 

94.5 %: het ASZ scoort hier goed

 

Bijna 95% van de patiënten met borstkanker worden in het ASZ besproken tijdens het multidisciplinair overleg, een duidelijke stijging ten opzichte van de vorige jaren.

De vooropgestelde Vlaamse streefwaarde (90-100 %) werd voor deze meetperiode alvast behaald.

 

Indicator 5: borstsparende operatie

 

70.7 %: het ASZ scoort hier goed

 

Bijna 71 % van de patiënten met borstkanker in een vroeg stadium krijgt in het ASZ een borstsparende ingreep (periode 2009-2011).

Het ASZ behaalt daarmee de vooropgestelde Vlaamse streefwaarde (50-80 %).

 

Indicator 6: radiotherapie na een borstsparende ingreep

 

93.96 %: het ASZ haalt hiermee de streefwaarde (90 %)

 

In de periode 2009-2011 werd in het ASZ aan bijna 94 % van de patiënten, na een borstsparende operatie, radiotherapie toegediend.

 

Indicator 7: chemo- of hormonale therapie bij patiënten met uitgezaaide borstkanker

 

83.3 %: het ASZ scoort hier goed

 

Met 83 %  behaalt het ASZ de vooropgestelde Vlaamse streefwaarde (80-100 %).

Over het algemeen wordt chemo-, hormoon-, of immunotherapie bij alle patiënten overwogen en besproken met de patiënt. Soms wordt echter in overleg met de patiënt geen verdere behandeling meer gegeven, bijvoorbeeld omwille van slechte algemene conditie of omdat de patiënt dit niet wenst. De keuze van de patiënt wordt bij de behandeling altijd gerespecteerd.

 

Indicator 8: geobserveerde vijfjaarsoverleving

 

77.2 %: door de vele beïnvloedende factoren kan men, zoals het Kenniscentrum zelf stelt, op basis van dit cijfer geen correcte vergelijking maken tussen de ziekenhuizen onderling

 

Ruim 77 % van de patiënten met borstkanker is nog in leven 5 jaar na het vaststellen van de tumor. Of patiënten in de periode van 5 jaar na het vaststellen van de tumor overlijden, hangt ook af van de leeftijd en de uitgebreidheid van de tumor. Bovendien kan de patiënt ook sterven aan een andere doodsoorzaak. De volgende indicator corrigeert voor leeftijd en tumorstadium en geeft daarom een betere schatting.

 

Indicator 9: gecorrigeerd geobserveerd relatief sterfterisico binnen 5 jaar

 

0.84 %: een goede score

 

,84 is de kans op overlijden aan borstkanker voor patiënten binnen 5 jaar na het vaststellen van de kanker in het ASZ. Een patiënt heeft in het ASZ een lagere kans op overlijden dan in het gemiddelde Vlaamse ziekenhuis (0,97). Bij deze indicator wordt rekening gehouden met het geslacht en de leeftijd van de patiënt, de uitgebreidheid van de tumor en de mate van zelfredzaamheid van de patiënt. Enkel kanker wordt als mogelijke doodsoorzaak beschouwd.

 

Indicator 10: relatieve vijfjaarsoverleving

 

87 %: de relatieve overleving in het ASZ is goed

 

87% van de patiënten is nog in leven 5 jaar na het vaststellen van borstkanker in het ASZ, als enkel kanker als doodsoorzaak wordt genomen. Dit cijfer houdt geen rekening met de leeftijd of het stadium van de borstkanker waarmee patiënten zich aanmelden in het ziekenhuis.

Aangezien niet met alle factoren rekening wordt gehouden is het, zoals het Kenniscentrum zelf stelt, moeilijk om op basis van deze resultaten een vergelijking te maken tussen de ziekenhuizen.

 

De resultaten van deze metingen kunnen geraadpleegd worden op www.zorgkwaliteit.be.

Delen:
FacebookTwitterLinkedInEmail