Een operatie

Moet je voor een operatie naar het ziekenhuis? Niet niks. Hieronder vatten we even voor je samen wat er dan allemaal met je gebeurt, zodat jij je een beetje kan voorbereiden.

  1. Op de dag van de operatie meld je je bij de dienst 'inschrijvingen' in de inkomhal van het ziekenhuis. De medewerker aan het loket registreert alle nodige administratieve gegevens.
  2. Eenmaal ingeschreven mag je naar de kinderafdeling (op de 7de verdieping) of naar het dagziekenhuis (als je na de operatie niet in het ziekenhuis moet blijven slapen).
  3. Bij je bed legt de verpleegkundige uit wat er gaat gebeuren. Je krijgt van haar een speciaal operatiehemd aan. Misschien moet je in je bed nog even wachten op de operatie. Je kunt dan gerust even bellen of sms'en. Je mobieltje mag je gewoon gebruiken.
  4. Tijdens het wachten op de operatie geeft de verpleegkundige je een zetpil of een 'suppo'. Dit is een pil die je in je poep steekt. Weeg je meer dan 50 kilogram? Dan krijg je gewoon een pilletje om door te slikken. Hiervan word je al een beetje slaperig.
  5. Je wordt in je bed naar het operatiekwartier gevoerd. Als jij dat wil, mag één van je ouders ook mee.
  6. Eerst kom je in de wachtkamer van de operatieafdeling, waar je kan kennismaken met de operatieverpleegkundige. 
  7. Zo meteen ga je naar de operatiekamer. Die is ingericht met een operatiebed, een grote operatielamp en computers om je toestand goed in de gaten te houden tijdens de operatie.
  8. In de operatiekamer is de anesthesist al aanwezig. Dit is degene die je onder narcose (in slaap) brengt. Je moeder of vader mag ook mee. Ze helpen je bij het overstappen op het operatiebed.
  9. De anesthesist plakt plakkers op je borst. Hiermee controleert hij/zij je hartslag tijdens de operatie.
  10.  Daarna krijg je een saturatiemeter op je vinger. Een soort knijper waarmee de anesthesist het zuurstofgehalte in je bloed in de gaten houdt.
  11.  Er zijn 2 manieren om je onder narcose te brengen. Eén ervan is met een kapje. Dit gaat over je mond en neus. Je ademt gewoon door en valt snel in slaap. De andere manier is via een infuus. Eerst brengt de anesthesist een infuus (dun buisje) aan op je hand. Daarna wordt de narcosevloeistof er doorheen gespoten. Daarna ben je snel onder narcose. Je vader of moeder mag gewoon bij je blijven tot je slaapt.
  12.  Na de operatie rust je uit in de 'recovery'-kamer. Daar wordt je langzaam wakker. Eén van je ouders is dan bij je. Als je pijn hebt, laat het weten. De verpleegkundige kan je er iets tegen geven.
  13.  Wanneer je goed wakker bent, kun je terug naar je kamer. De verpleegkundige laat je weten wanneer je iets mag eten of drinken.

 

Virtuele rondleiding operatiekwartier