Ritme- en geleidingsstoornissen

A.S.Z. Hartfalenkliniek

Hartfalen treft meer en meer patiënten. Dokter Elke De Vuyst en mevrouw Lily Smet zijn aangetrokken om in ons ziekenhuis een hartfalenkliniek uit te bouwen, binnen de dienst cardiologie en in nauwe samenwerking met de dienst hartrevalidatie. 

Lily Smet heeft een jarenlange ervaring in de cardiologie en werkt als gespecialiseerde verpleegkundige hartfalen. Dokter Elke De Vuyst is klinisch cardioloog met subspecialisatie hartfalen en werkte voordien als staflid aan het universitair ziekenhuis van Charleroi. Daar was ze betrokken bij het oprichten en uitbouwen van de hartfalenkliniek. 

Patiënten worden van nabij opgevolgd om complicaties te vermijden en zo lang mogelijk, met een goede levenskwaliteit, in de thuissituatie te blijven functioneren. Het multidisciplinair zorgprogramma zal daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn. 
 
De hartfalenverpleegkundige ontmoet de patiënten bij de hospitalisatie en informeert hen – en hun eventuele mantelzorger – over de diagnose, onderzoeken, medicatie en behandelingsopties. Daarnaast geeft zij de patiënten gestructureerde en gerichte educatie over de aspecten die van belang zijn, onder andere voor een aanpassing in levensstijl.  
 
Levensstijl en therapietrouw

Patiënten spelen zelf immers een grote rol, bijgestaan door hun mantelzorgers, huisarts en het hartfalenteam. Zo zal de hartfalenverpleegkundige de patiënt begeleiden naar verbeterde therapietrouw, een beter ziekte-inzicht en het snel herkennen van symptomen, zodat eventuele complicaties en een hospitalisatie kunnen vermeden worden.  
 
Verder zorgt de hartfalenverpleegkundige ervoor dat de overgang naar de thuissituatie zo naadloos mogelijk gebeurt. Zij is het aanspreekpunt voor vragen of problemen van de patiënt, familieleden en andere zorgverleners en coördineert de follow-up van de patiënt, in overleg met de arts. Na ontslag uit het ziekenhuis volgt een nauwe opvolging (via telefonische consulten en de hartfalenpoli), in samenwerking met de huisarts, waarbij de behandeling continu wordt geëvalueerd en zo nodig aangepast in functie van de evolutie. 

Patiënten worden aangemoedigd om deel te nemen aan het cardiaal revalidatieprogramma en kunnen vrijblijvend begeleid worden door een psycholoog, rookstopdeskundige en/of diëtiste.  
 
Het hartfalenteam coördineert en optimaliseert de medische behandeling van de patiënt en werkt in nauw overleg met de interventionele cardiologen, elektrofysiologen en cardiale chirurgen. Door deelname aan klinische studies krijgen patiënten toegang tot de nieuwste behandelingen en state-of-the-art technologieën.  

Permanent aandachtspunt 

Ook wanneer een hartfalenpatiënt is opgenomen voor een andere reden dan hartfalen kan een contact met het hartfalenteam nuttig zijn. Deze patiënten hebben immers beduidend meer kans om langer opgenomen te blijven (wegens complicaties) of om heropgenomen te worden. Een opname kan ook een goede gelegenheid zijn om de hartfalenbehandeling te herevalueren en eventueel te optimaliseren. 

Contact hartfalenteam 

Het hartfalenteam is op werkdagen bereikbaar tussen 8u en 18u, zowel telefonisch als via mail en dit voor zowel patiënten, zorgverleners als externe professionelen.  
 
De hartfalen polikliniek gaat door op dinsdag- en vrijdagnamiddag in het A.S.Z. campus Aalst, in het cardiologisch dagziekenhuis in het S-gebouw. Op campus Wetteren gaat de hartfalen polikliniek door op maandagnamiddag op de consultatie cardiologie.  

Contactgegevens:  

Behandelende arts:

Ablatie

Met een ablatie kunnen hartritmestoornissen behandeld worden. Een ablatie wordt vaak uitgevoerd aansluitend aan een elektrofysiologisch onderzoek (zie hierboven). Elektrisch weefsel in het hart wordt weggebrand met behulp van een speciale katheter (een ablatiekatheter). Eens deze katheter zich op de juiste plaats bevindt, wordt de tip ervan opgewarmd met elektrische stroom. Er ontstaat hierdoor een litteken van enkele millimeters doorsnede en diepte (een ablatiepunt). Soms wordt voor de behandeling van een hartritmestoornis slechts één ablatiepunt geplaatst, soms worden er verschillende geplaatst. Een vaak uitgevoerde ablatie is er een voor voorkamerfibrillatie (een ‘longvenenisolatie’).

Behandelende arts(en):

Niet geconventioneerd
  • Elektrofysiologie
  • Pacemakerimplantaties en andere devices
  • Campus Aalst
  • Campus Wetteren

Biventrikulaire pacemaker

Biventrikulaire pacemakers (‘cardiale resynchronisatietherapie’ of afgekort ‘CRT’) zijn speciale pacemakers met een elektrode ter hoogte van elk van beide hartkamers. Deze pacemakers zijn in staat de pompwerking van het hart te verbeteren (ter behandeling van ‘hartfalen’).

Behandelende arts(en):

Niet geconventioneerd
  • Elektrofysiologie
  • Pacemakerimplantaties en andere devices
  • Campus Aalst
  • Campus Wetteren

Cardiochirugie

Het hartcentrum heeft een grote dienst cardiochirurgie die elk jaar rond de 400 grote operaties uitvoert.

Hierbij wordt ook gebruikgemaakt van minimale invasieve en percutane technieken.

Onze dienst cardiochirurgie heeft een hoge succesratio en klassiek minder complicaties en mortaliteit dan gemiddeld in de literatuur beschreven.

Behandelende arts(en):

Elektrische cardioversie

Een elektrische cardioversie wordt uitgevoerd bij patiënten met een abnormaal hartritme (meestal voorkamerfibrillatie of voorkamerflutter). Tijdens de procedure wordt - onder een lichte algemene verdoving - een elektrische shock op de borstkas gegeven. Deze shock stopt het abnormale hartritme en laat toe dat het normale hartritme terug overneemt. Voor een elektrische cardioversie wordt een dagopname voorzien.

Behandelende arts(en):

Alle cardiologen!

Hartdefibrillator

Een inwendige hartdefibrillator (ICD, implanteerbare cardioverter-defibrillator) is een apparaat dat bij patiënten met een sterk verhoogd risico op fatale hartritmestoornissen kan geïmplanteerd worden. Wanneer door het toestel een gevaarlijke ritmestoornis (bv. ventrikelfibrillatie) vastgesteld wordt, kan het deze ritmestoornis stoppen door inwendig een elektrische schok af te leveren. Hiermee kan het hart opnieuw in een normaal ritme gebracht worden.

Behandelende arts:

Niet geconventioneerd
  • Elektrofysiologie
  • Pacemakerimplantaties en andere devices
  • Campus Aalst
  • Campus Wetteren

Pacemaker

Een pacemaker wordt aangeraden wanneer iemand symptomen ervaart die te wijten zijn aan een te trage hartslag. Tijdens een te traag hartritme trekken de kamers van het hart niet vaak genoeg samen om de juiste hoeveelheid bloed aan het lichaam te leveren. Als gevolg hiervan kunnen klachten ontstaan van vermoeidheid, loomheid of duizeligheid. Of  er treden momenten op van bewustzijnsverlies.

Een pacemaker bestaat uit een generator en stimulatiedraden. De generator (‘de batterij’) is een dun metalen doosje dat gewoonlijk geïmplanteerd wordt net onder de huid, ter hoogte van het linker- of rechtersleutelbeen. De stimulatiedraden (‘leads’) zijn dunne draden die in het hart geïmplanteerd worden en aangesloten worden op de generator. Ze geleiden de elektrische impulsen van de generator naar het hart en brengen informatie van het hart terug naar de generator.

Een pacemaker bewaakt voortdurend uw hartritme en dient elektrische impulsen toe om het hart te stimuleren tijdens een te langzaam ritme.

Behandelende arts(en):

Niet geconventioneerd
  • Elektrofysiologie
  • Pacemakerimplantaties en andere devices
  • Campus Aalst
  • Campus Wetteren

Ritme operatie

Sommige ritmestoornissen van het hart, vnl. wanneer dit te snel en onregelmatig samentrekt, kunnen behandeld worden door het aanbrengen van isolatielijnen in de hartspier waardoor de elektrische prikkels, die aan de basis van het onregelmatig hartritme liggen, niet meer doorgegeven worden. Dit gebeurt vaak in combinatie met een andere operatie, bv. CABG, maar kan ook via een kijkoperatie verricht worden indien medicatie of catheterinterventie via de lies onvoldoende effect hebben.     

Behandelende arts: